L’Alpe d’Huez de Nederlandse berg

‘Het eiland in de zon’
Dat is de bijnaam die men L’Alpe d’Huez gegeven heeft.
De oude Romeinen hadden al ontdekt dat de hoogvlakte van Les Bandes geologische rijkdommen in overvloed herbergde, en dan met name zilver.
Met de door gevangenen gedolven mineralen werden sestertiën (munten) geslagen.
Samen met het inéén storten van het Romeinse rijk viel ook de mijnbouw in het gebied stil.
We moeten het natuurlijk ook hebben over die andere schat van L’Alpe d’Huez: het witte goud.
Als wintersportplaats is L’Alpe d’Huez een pionier geweest op dit gebied.
In 1935 werd er de eerste skilift met palen geïnstalleerd.
Het was meteen ook de eerste mechanische skilift ter wereld.
Joseph Paganon, man met visie, en minister van openbare werken voorzag dat de wintersport een grote toekomst had.
Hij financierde de aanleg van de beroemde weg naar het skistation op de top.
In 1935 kostte het een jaar om de weg van het dal naar de top aan te leggen, omdat de aanbesteding in veertien stukken was verdeeld.
Iedere aannemer moest een stuk weg van één kilometer lang aanleggen.
Diverse beroemdheden ontdekten Huez waardoor dit oord zich gaandeweg kon verheugen in een groeiende reputatie.
In 1952 was iedereen zo ver om ook de renners te kunnen ontvangen.
Er waren overnachtingsmogelijkheden en er was een toegangsweg.
Om de mythe geboren te laten worden, was slechts een man nodig met een vooruitziende blik.
Jean Barbaglia een handwerksman uit het aan de voet liggende Le Bourg-d’Oisans verwonderde zich dagelijks over dit natuurlijke amfitheater met al die elegant omhoog slingerende bochten.
Hij stelde zich een wielerkoers voor, die op deze flanken zijn apotheose zou beleven.
Met een financiële bijdrage vanuit het wintersportoord van omgerekend 40.000 euro kwam men tot een akkoord met de Tour organisatie.

   

De fantastische overwinning van Fausto Coppi zal voor altijd in de herinnering blijven.
Maar de menigte was niet zo massaal opgekomen als verwacht was.
Veel journalisten vonden het idee van deze aankomst op grote hoogte maar belachelijk.
Door alle kritiek kreeg de organisatie het gevoel dat het niet zo’n geslaagde poging was.
Er moest 24 jaar gewacht worden voor de organisatoren van de Tour in 1976 opnieuw gingen aankloppen in Le Bourg.
De legende kon opnieuw in gang worden geschoten en een reikwijdte nemen die de pioniers zich maar moeilijk hadden kunnen voorstellen.
Maar in de tussentijd waren er twee dingen gebeurd die de mythe extra zouden voeden.
George Rajon was een fervent jager en visser.
In 1964 ging hij daarvoor naar Joegoslavië, waar hij op weg naar de Vrsic-pas hem opviel dat in alle bochten een bord stond met een nummer dat naar boven toe aftelde.
Hij vond dat idee zo leuk dat hij dat ook op de helling van L’Alpe d’Huez introduceerde.
Een paar maanden later stonden in alle 21 bochten een bord met een nummer zodat de renners konden zien hoe ver ze gevorderd waren.
Nu staat er op elk bord buiten het bocht nummer ook nog de hoogte waarop dit bord staat en de naam van de winnaar van de touretappe op deze berg.
En dan is er nog een gebeurtenis die de legende voedt.
In 1964 ontdekte een Hollandse priester, Jaap Reuten, tot zijn ontsteltenis dat er op L’Alpe d’Huez alleen maar een houten kapelletje stond.
Hij ontwierp het plan voor een kerk die zou openstaan voor alle erediensten.
In 1976 behaalde Joop Zoetemelk de overwinning op de top.
Pastoor Reuten, door het dolle heen door de overwinning, liet prompt de klokken op volle kracht beieren.
Theo Koomen deed het radioverslag voor de NOS.
De opwinding in zijn finish reportages maakten dit stukje van Oisans bekend terrein in Nederland.
Terwijl de overwinningen van de Nederlandse renners zich opvolgden, werd dit een mythische plaats voor de Nederlanders.
De term “Nederlandse Berg” werd geboren en bij elke passage kleurde hij een stukje meer oranje.
Want L’Alpe d’Huez is als een zoektocht die leidt naar een paradijs waarvan de deuren, op de top, alleen opengaan voor hen die de 21 martelingen hebben doorstaan.

 

  

 

Geef een antwoord